Slordig

De krakerige stem van mevrouw klinkt nog net als een half jaar geleden, het is geen probleem zegt ze, als ik wat eerder ben, ze heeft alles al klaar staan.

Al in het trappenhuis komt me de lucht van het diep doorrookte huisje tegemoet. Deze vrouw rookt. Altijd. Netjes een voor een, maar daartussen is weinig.

Op het eerste gezicht is er sinds mijn vorige bezoek weinig veranderd in haar huisje. De piano staat nog steeds in de achterkamer en de route naar de piano toe is nog steeds begaanbaar, er is een duidelijk pad te ontwaren tussen allerhande stapels met dito spullen. Troep, zouden velen zeggen, schandelijk verslonsd zouden de erg nette mensen het hier misschien zelfs noemen.

Het behang aan de wanden is ooit wit geweest. Dat kan je zien aan de randen langs de lijsten van het enkele schilderij dat hier hangt. Inmiddels zijn alle wanden bruin. Niet geel, bruin. Ik herinner me weer de vorige keer, mijn eerste keer in haar huis, de kennismaking en daarna, toen ik net was begonnen haar piano te stemmen, de vraag of ik er bezwaar tegen had als ze een sigaret opstak.

Nog voor ik het zelf kan zien vertelt mevrouw me blij dat ze sinds twee weken centrale verwarming heeft. Heerlijk vind ze het, om zo door het hele huis te kunnen lopen zonder in de meeste vertrekken de kou tegen te komen. Maar of het niet slecht is voor de piano vraagt ze. Ik vertel haar van de hydroceel, en dat het wel mee zal vallen, het klimaat in haar huis lijkt me vrij stabiel. Gerustgesteld vraagt ze met haar doorrookte tenor of ik genoeg licht heb, ik verstond het goed, ze zei echt geen lucht, en laat me verder rustig werken. Na een half uurtje baant ze zich opnieuw een weg door de stapels spullen en vraagt me met de melodie van een kind dat een versje opzegt, of ik straks een kopje thee wens. Zo beleefd als ik kan sla ik af, ik moet nog snel door naar een theater voor een spoedklus, maar hartelijk bedankt.

Als ik klaar ben speel ik nog een minuut of vijf voor deze bijzondere dame en informeer daarna of ze zelf veel heeft gespeeld de laatste tijd. Ze vertelt meteen dat ze de piano helemaal niet heeft aangeraakt en dat ze wat bang is voor de buren. Maar, de buren boven haar hebben ook een piano en de buren rechts naast haar ook. Ik probeer haar aan te moedigen dit juist als een voordeel te zien en daarop zegt ze me dat ze zichzelf ook gesteld heeft dat ze, als ik straks weg ben, al is het maar een minuut, zelf piano te spelen. En dan vertelt ze me nog even over de buren van rechts, ze spelen veel, maar oefenen weinig. En dat maakt, zo vertrouwt ze me toe, dat ze vaak een beetje slordig spelen.

Als ik de piano weer in elkaar heb gezet en na het vriendelijke afscheid, trek ik de deur achter me dicht en denk ik:"Die buren hebben vast een heel net huis.."