Nieuwe schoenen

Als ik aan kom lopen staat de deur al open. Binnen klinkt de gezelligheid van thee aan de keukentafel met kinderen die net van school komen en ouders met tijd.
Ik roep ze toe dat ik er ben en loop naar binnen. Ik ben hier voor het eerst dus ik stel me voor en word, door wie ik denk dat de heer des huizes is, naar de piano geleid.
Daar aangekomen haal ik de piano zoals altijd eerst voorzichtig uit elkaar. Klep open, het bovenraam en de klavierklep eraf en de moderator los..
De aanblik die ontstaat is vaak aanleiding tot bewondering van de eigenaar voor zijn eigen instrument. Het is dan ook een machtig gezicht, al die hamers en vangers en contravangers en trekbandjes en opstoters netjes op een lange rij.

Deze man maakt van de gelegenheid gebruik mij het een en ander uit te leggen over de werking van het mechaniek. Eerst vertelt hij wat over piano’s in het algemeen en daarna iets over dit mechaniek in het bijzonder. Het is een zeer bijzonder iets, drukt hij mij op het hart.

Ik knik belangwekkend en peil met mijn blik of het moment daar is dat ik aan het werk mag. Het mag en ik krijg heerlijke espresso bovendien.
Terwijl ik begin aan de A’s, richt de man zich tot zijn zoon en vrouw. Die zijn juist bezig de nieuwe schoenen te passen die de vrouw eerder vandaag voor haar zoon heeft gekocht in de stad. Dit horend begint de man op luide toon het merk van de schoenen de hemel in te prijzen. Het zijn werkelijk fantastische schoenen, hij had ze zelf ook altijd willen hebben toen hij jong was, en de man loopt hierbij armenzwaaiend en stampend door de kamer. Hij moet zelf ook op stevige stappers staan, zo dreunt het door het huis. Bij het aanhoren van het verhaal van zijn vader, of zou het toch de vriend van zijn moeder zijn, zie ik de jongen steeds zekerder worden van het feit dat hij deze schoenen nooit gaat dragen. Hij worstelt zich handig uit de situatie en verdwijnt naar boven, gevolgd door zijn moeder. Ik ben er wel blij mee, hoe minder geluid hoe meer werkruimte voor mij. De man stapt nog wat door de kamer en de keuken en verdwijnt dan de gang in.

Vooral omdat de deur naar de gang nog openstaat kan ik de man nog goed horen als hij de trap oploopt. Halverwege ongeveer stopt hij en begint hard op een trede te stampen. Hij zit los en moet weer vast begrijp ik uit de woorden die ik tussen het stampen en stemmen door kan onderscheiden. Ondertussen is er in de kamer, waar ik nu alleen ben, iets ontstaan dat me een vies gevoel geeft. Ik kan het nog niet precies onderscheiden, maar het heeft iets van.. “POEP!!!! AAAAHH, GATVER, EEN HEEL PLAKAAT, ONDER MIJN LAARS!!”, schreeuwt de man, die nu gestopt is met stampen.

Als ik afscheid neem is de man nog druk aan het dweilen. Ik wens ze een fijne dag verder en zie op straat nog de zoon, lekker voetballen op z’n oude gympjes.